Scouts
Insigne eisen
Scouting is niet alleen een leuke vrijetijdsbesteding, de jeugdleden leren er ook veel. Scouts doen op een
ongedwongen manier ontzettend veel vaardigheden op. Om de progressie zichtbaar te maken, kunnen scouts
insignes, waterwerkdiploma's, de gouden wing en awards behalen.
Je kunt de oude insignes hier nog bekijken.
De insignes die scouts kunnen behalen, zijn verdeeld over drie fases: de basisfase, de verdiepingsfase
en de specialisatiefase. De insignes zijn gebaseerd op de acht activiteitengebieden en de progressiematrix.
De insignes van de basis- en verdiepingsfase zijn al beschikbaar, de insignes van de specialisatiefase
komen begin 2012
Hieronder kun je per insignes zien wat je moet doen om het insigne te behalen.
Om de eisen voor de insignes te bekijken klik je op de naam van het insigne.
Wil je de eisen voor een insigne uitprinten? Klik dan op het PDF-bestand aan de rechterkant van de eisen.
Een compleet overzicht van alle insignes vind je hier.
De insignes zelf kun je aanschaffen bij de ScoutShop. De insignes van de
basisfase hebben een oranje achtergrond en worden bij de ScoutShop
aangeduid met niveau 1. De insignes van de verdiepingsfase hebben een
rode achtergrond en worden bij de ScoutShop aangeduid met niveau 2.
We wensen jullie heel veel plezier toe met het nieuwe vaardigheidssysteem!
a-b-c-d-e-f-g-h-i-j-k-l-m-n-o-p-q-r-s-t-u-v-w-x-y-z
|
Buitenleven I
Doelen
Je maakt kennis met het activiteitengebied Buitenleven bij de scouts. Je doet dit door zelf actief mee te doen aan
activiteiten zoals dierensporen/planten zoeken en/of een milieustraat aanleggen. Je kan ook op stap gaan met de
boswachter of waterwachter en zo meer over de natuur leren. Je leert de wolken herkennen en kunt aan de hand
daarvan het weer voorspellen. Je weet met behulp van de sterren het noorden te vinden.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Ga aan de slag met natuurzoekkaarten en ontdek 10 verschillende planten en dieren. Gebruik hierbij
bijvoorbeeld IVN-zoekkaarten of zoekkaarten van Natuurmonumenten. Leg je ontdekkingen vast door
foto‟s te nemen en maak met de foto‟s een verslagje/poster.
2. Doe mee aan een seizoensactiviteit zoals paddenstoelen zoeken, eikel- of kastanjepoppetjes maken,
eventueel onder leiding van een boswachter.
3. Leg een milieustraat aan op het kamp (papier, glas, plastic, GFT, peut/olie, klein chemisch afval) en
vertel waarom iedereen dit zou moeten doen. Wat gebeurt er met gescheiden afval?
Je kunt ook een bezoek brengen aan een waterzuiveringsinstallatie en een strip tekenen over de manier
waarop het water gezuiverd wordt.
4. Herken (regen)wolken/lucht, wat heeft hoge en lage druk met het weer te maken? Wat moet je doen bij
onweer als je aan het kamperen of varen bent?
5. Met behulp van de sterren het noorden vinden, basis sterrenbeelden (Grote en Kleine beer, Wega en
Orions riem) en Melkweg herkennen, verschil kennen tussen sterren en planeten.
|
|
Buitenleven II
Doelen
In de verdiepingsfase ga je aan de slag met survival en buitensporten. Je gaat bijvoorbeeld primitief eten
bereiden, primitief kamperen of een high rope parcours doen. Je bouwt een weerstation en/of loopt een
nachttocht op de sterren.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Doe mee aan een survivalactiviteit: trappersbaan, primitief overnachten (eigen onderkomen bouwen,
slapen onder de sterren, voor anker op het water) of simpele gerechten uit de natuur bereiden
(bijvoorbeeld brandnetelsoep).
2. Neem deel aan een natuurwandeling met een boswachter (dierensporen zoeken, uilenballen uitpluizen,
etc.). Laat zien dat je weet wat het doel is van een voedselketen in de natuur. Je kunt ook op stap gaan
met de waterwachter. Zoek uit wat het water en de natuur (zoals waterplanten, vissen en watervogels)
met elkaar te maken hebben en hoe hun levenscyclus van elkaar afhankelijk is.
3. Onderhoud een stuk natuur (Natuurwerkdag/Boomplantdag).
4. Bouw een weerstation met drie van de volgende meetkundige instrumenten: hygrometer, barometer,
regenmeter, windsnelheidsmeter, windwijzer en zonnewijzer. Neem gedurende een week metingen op
met dit station.
5. Loop een nachttocht op de sterren.
|
|
Expressie I
Doelen
Je laat in de basisfase zien dat je meedoet met verschillende activiteiten die bestaan uit liedjes zingen, toneel
spelen, knutselen, etc. Je zet je kennismaking met de troep om in een lied, gedicht of rap. Je laat je van je
creatiefste kant zien!
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Laat zien dat je vaardig bent met naald en draad, dit kan bijvoorbeeld door zelf insignes op je Scoutfit te
naaien of door een kampvuurdeken te maken.
2. Geef een korte voorstelling (toneel, muziek, dans of cabaret) voor je eigen troep.
3. Promoot een activiteit, opkomst of je Scoutinggroep door middel van een leuke poster met door jou zelf
gemaakte foto‟s erop. Laat hierin de letters SCOUTS van de spelvisie van Scouting Nederland
terugkomen.
4. Maak door middel van een techniek van handvaardigheid iets waar jouw troep iets aan kan hebben. De
technieken waar je uit kunt kiezen zijn: werken met textiel, kleien, boetseren, tekenen, etc.
5. Schrijf een lied, gedicht of rap over jouw troep of ploeg.
|
|
Expressie II
Doelen
In deze fase ga je aan de slag met het verdiepen van je kennis en ervaring op het gebied van sketches en
presenteren. Daarnaast ga je aan de slag met film, fotografie en het maken van themakleding. Je bent in staat om
interviews af te nemen.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Fotografeer je buurt of dorp op een creatieve wijze en presenteer dit op het internet.
2. Organiseer een voorstelling (toneel, muziek, dans, cabaret, bonte avond, karaoke, o.i.d.) en zorg ervoor
dat jij deze voorstelling presenteert. Vergeet de aankondiging van deze bijzondere bijeenkomst niet!
3. Interview iemand over Scouting (de geïnterviewde hoeft niet zelf een scout te zijn), leg dit vast op
camera en maak hier een filmpje van.
4. Ga voor een kamp aan de slag met de thema-kleding, zorg bijvoorbeeld voor een kostuum, kampbord,
etc.
5. Maak een korte kampvuursketch waar een duidelijk begin, midden, eind en natuurlijk een clue in zit.
Voer deze sketch samen met een paar andere scouts op.
|
|
Identiteit I
Doelen
Weet jij wie je bent? Eigenlijk is dit best een moeilijke vraag om te beantwoorden. Als mens blijf je altijd op zoek
naar jezelf. Nu je lid bent van de scouts gaat er weer een nieuwe wereld voor je open. Je gaat verder op zoek
naar het antwoord op de vraag “Wie ben ik?” en leert je troep en groep kennen.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Maak een afbeelding van jezelf door jezelf te tekenen of om te trekken op een stuk behangpapier. Laat
zien welke kleren je draagt. Waarom kies je voor deze kleren? Hoor je bij een groep?
2. Neem deel aan een groepsactiviteit en schrijf hierover op de groepswebsite of in het groepsblad. Wat
vond je van de activiteit? Wat heb je ervan geleerd?
3. Wat doe jij als je boos bent of als je je zin niet krijgt? Bespreek dit met je ploeggenoten en maak er een
toneelstukje over. Kunnen jullie manieren bedenken hoe je anders kunt reageren?
4. Zoek of maak een gedicht dat iets vertelt over jezelf. Draag het gedicht voor aan je troep, waarom heb je
voor dit gedicht gekozen?
5. Leer je ploeggenoten kennen. Maak samen een vlag of yell die past bij jullie ploeg.
|
|
Identiteit II
Doelen
Weet jij wie je bent? Eigenlijk is dit best een moeilijke vraag om te beantwoorden. Als mens blijf je altijd op zoek
naar jezelf. Je maakt in de verdiepingsfase een tweede stap. Je gaat op zoek naar je eigen kwaliteiten en die van
anderen, vergelijkt eigenschappen en gaat op zoek naar de kwaliteiten van jouw ploeg. Je leeft je in in een ander
en leert daardoor over jezelf.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Presenteer aan de groep wie je bent. Vertel niet alleen over je hobby‟s en school, maar beantwoord
minimaal de volgende vragen:
a. Wat is de reden dat je hebt gekozen voor Scouting?
b. Wat wil je nog leren of meemaken bij de scouts?
c. Waar ben je goed of minder goed in?
d. Geloof je? Wat zijn jouw normen en waarden in de omgang met elkaar?
e. Wie zijn er in jouw leven belangrijk voor je en waarom?
2. Ontwerp je eigen vriendenboekje en laat je ploeggenoten hierin schrijven. Bedenk welke kwaliteiten je
ploeg heeft en welke dingen je nog zou willen leren.
3. Neem deel aan een activiteit waar ook andere troepen aan deelnemen (bijvoorbeeld een
regioactiviteit/admiraliteitsactiviteit) en bespreek na afloop met je eigen troep de verschillen tussen jouw
groep en de andere deelnemende troepen.
4. Maak een flyer of poster waarin je uitlegt wat Scouting is, denk hierbij aan de afkorting SCOUTS als het
gaat om de spelvisie. Welk gebied van Scouting vind jij het leukst en waarom?
5. Laat je rondleiden op een samenkomstplaats van mensen van een andere cultuur of geloofsovertuiging
dan die van jezelf (denk aan een buurthuis, een kerk, een synagoge of een moskee).
|
|
Internationaal I
Doelen
Scouting is een wereldwijde organisatie, jij weet dat en gaat dit verder onderzoeken. Je kijkt verder dan
Nederland en laat zien dat je interesse hebt in de wereld om je heen.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Weet hoe Scouting Nederland georganiseerd is en welke lagen er binnen Scouting in Nederland
bestaan.
2. Vertel kort iets over (water)Scouting in een ander land. Zoek informatie op internet of in de bibliotheek en
houd een presentatie hierover.
3. Je leiding wil een landenthemaopkomst organiseren. Bedenk (eventueel samen met andere scouts) een
onderdeel voor dit programma, in overleg met je leiding. Let op cultuurverschillen, muziek, zang, dans en
spel.
4. Zoek uit wat Fair Trade-producten zijn. Welke producten heb je allemaal in de schappen van de winkel
en wat betekent het Fair Trade-logo?
5. Zoek van het land van jouw voorkeur zoveel mogelijk informatie bij elkaar. Ga hiervoor naar de
bibliotheek, ga het internet op of bezoek een reisbureau. Denk aan de volgende aspecten: taal, middelen
van bestaan, natuur, bijzondere gewoontes, welvaart, toerisme, etc.
|
|
Internationaal II
Doelen
Je maakt verder kennis met wat Scouting op internationaal gebied te bieden heeft. Je komt direct in contact met
een scout uit een ander land en proeft door middel van een programma uit het buitenland aan Scouting over de
grens.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Doe mee aan een internationaal kamp (Intercamp, Wereld Jamboree, Nationale Jamboree, NaWaKa,
etc.) of correspondeer met een meisje of jongen uit het buitenland. Probeer meer te weten te komen
over Scouting in een ander land.
2. Ontwerp en maak een hulpmiddel dat energie opwekt, of anderszins nuttig is, en dat eenvoudig te
maken is. Dit hulpmiddel moet onder primitieve omstandigheden te gebruiken zijn. Denk daarbij aan
plaatsen waar geen elektriciteit of brandstof voor handen is en je aangewezen bent op zon, wind, water
of spierkracht.
3. Doe mee aan de jaarlijkse JOTA-JOTI.
4. Leg contact met een andere scout in de wereld en wissel een programma-idee uit. Voer dit programmaidee
uit met je ploeg of met je hele troep.
5. Ga het internet op en zoek uit wat de wereldorganisaties WOSM en WAGGGS doen. Wat organiseren
ze voor scouts in de wereld?
|
|
Samenleving I
Doelen
Je kent je omgeving en weet de belangrijkste punten van je stad/dorp te benoemen. Je weet wat cultuur inhoudt
en bezoekt een museum. Je weet dat er verschillende mensen in de samenleving zijn en dat iedereen zijn of haar
steentje bijdraagt. Jij draagt je steentje bij door bewust iemand te helpen
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Breng van je eigen dorp of stad de belangrijkste punten in kaart: waar zit een dokter, waar zitten de
winkels, de politie, is er een ziekenhuis?
2. Bezoek een museum, zoek in het museum wat jij het aller mooist of meest interessant vindt en zoek
meer informatie daarover.
3. Zorg dat je tijdens een stuk van de opkomst een beperking hebt: blinddoek jezelf, doe oordoppen in,
gebruik maar 1 arm, etc. Wat was je ervaring? Wat was het lastigst? Waren er ook dingen makkelijker?
Liep je tegen problemen aan? Kijk of er in de wereld voor mensen met een beperking hulpmiddelen of
oplossingen zijn bedacht om deze problemen te verminderen of op te lossen.
4. Zoek een monument in je dorp of stad, waar staat dit voor? Fotografeer dit monument en maak er op de
computer een kunstwerk van door middel van beeldbewerking. Verwerk in dit kunstwerk ook informatie
over het monument.
5. Help eens iemand in je omgeving, bijvoorbeeld door boodschappen te doen, schoon te maken of door
iemand te helpen met internet.
|
|
Samenleving II
Doelen
Jij bent onderdeel van de samenleving en neemt daar actief aan deel. Dit laat je zien tijdens de troepraad. Je
weet welke rechten je hebt als kind en je zet je in voor een maatschappelijke activiteit.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Neem deel aan een maatschappelijke activiteit, denk hierbij aan een herdenkingsbijeenkomst,
Koninginnedag, de Buitenspeeldag, dag van je dorp of de Wereldwaterdag. Je hebt tijdens deze activiteit
een actieve rol, je hebt meegeholpen bij de organisatie of je bemant bijvoorbeeld een post.
2. Jouw woonplaats heeft een geschiedenis. Zoek uit hoe jouw straatnaam is ontstaan (vernoeming naar
een persoon of iets van vroeger?) en de buurt waarin je woont. In welke tijd zijn de huizen gebouwd en
zie je dat ook terug in de huizen?
3. Ga eens aan de slag met de rechten van het kind, bedenk hier een spel, verhaal of kunstwerk mee.
Welke rechten hebben kinderen in de wereld en welke vind jij het belangrijkst?
Zie www.kinderrechten.nl
4. Neem actief deel aan je troepraad, bedenk van te voren wat er anders zou kunnen in jouw troep. Breng
dit in tijdens de troepraad en dis-cussieer hierover met de troep.
5. Bedenk een oplossing voor een probleem in jouw omgeving. Denk aan hondenpoep, verkeerd parkeren,
te weinig speelplaatsen, zwerfvuil, etc. Wat wordt er over geschreven in de lokale media? Ben je het
daarmee eens of oneens? Hoe kun je dit oplossen? Bedenk een creatief plan! Presenteer je
onderzoekje en voorstel aan je troep.
|
|
Sport & Spel I
Doelen
Je neemt actief deel aan het Sport & Spel-programma, bedenkt nieuwe tactieken en bemant een keer een post.
Je laat zien dat je individueel een sport kunt beoefenen en ook zelf een spel kunt bedenken.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Neem deel aan een bosspel, renspel, gezelschapsspel of een spel op het water, bedenk vervolgens wat
de beste tactiek is om dit spel te winnen, en speel het vervolgens nogmaals via deze tactiek.
2. Neem deel aan een bosspel of waterspel en zorg dat je een keer de rol van deelnemer hebt en een keer
de post bemant.
3. Neem deel aan een avontuurlijke sport. De verschillende mogelijkheden zijn bijvoorbeeld: wedstrijdzijlen
(bijvoorbeeld met een andere groep), begeleid klimmen of abseilen, kanoën, 500 meter zwemmen in
wedstrijdvorm, paardrijden, etc.
4. Bedenk zelf een spel, dit mag een bordspel, actief spel of waterspel zijn.
5. Bij A-frame lopen heb je elkaar nodig. Laat bij deze activiteit, of een andere teamactiviteit, zien dat je
goed in staat bent samen te werken.
|
|
Sport & Spel II
Doelen
Je weet hoe het is om als scheidsrechter een spel te leiden, je kent de belangrijkste technieken van een sport en
weet ook hoe je een sportieve activiteit kunt organiseren. Je hebt inzicht in je team en weet je ploeggenoten op
het juiste moment in te zetten, zodat iedereen tijdens een spel doet waar hij/zij goed in is.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Zoek de regels van een Olympische sport op en speel vervolgens deze sport met je ploeg. Jij neemt de
rol van scheidsrechter op je. Waterscouts zoeken de regels van het wedstrijdzeilen op en zeilen met de
ploegen binnen de troep een wedstrijd volgens de officiële reglementen. Jij bent diegene die de tijden
opneemt en de protesten afhandelt.
2. Leer de belangrijkste technieken van een sport. Bijvoorbeeld: leer hoe je iemand kunt zekeren, hoe je
iemand uit het water redt of leer de techniek van het lange afstandslopen.
3. Organiseer met een groepje een zeskamp met Sport & Spel-activiteiten op het land of op het water.
4. Speel ene spel (dit kan elke categorie spel zijn) en verander de spelregels. Bedenk eerst welk effect dit
kan hebben op het spel, en speel het spel vervolgens met de nieuwe regels. Wordt het spel leuker?
Waterscouts kunnen ook een spel spelen waarbij zij geen fok, groot zeil of roer mogen gebruiken. Welk
effect heeft dit op het spel? Wat is de nieuwe uitdaging?
5. Wat is het ideale team? Bedenk voor een sport, een bosspel, een denkspel of de bemanning voor je vlet
welke kwaliteiten je nodig hebt en stel uit je eigen troep de beste ploeg samen. Bepaal ook welk lid van
je ploeg welke taak op zich neemt tijdens het spel, omdat hij/ij daar het beste in is.
|
|
Uitdagende Scoutingtechnieken: houtbewerking en stoken I
Doelen
Je laat zien dat je veilig met een zakmes en bijl kunt omgaan en dat je deze voor een eenvoudige taak kunt
gebruiken. Je weet een goede brandstapel aan te leggen en je gebruikt ook zaag of bijl bij het op maat maken
van hout. Je bouwt een tipivuur, weet waar vuur uit bestaat en kunt met maximaal drie lucifers een vuur
aansteken.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Maak op veilige wijze een simpel gebruiksvoorwerp met je mes en gebruik hierbij de twee handgrepen.
2. Hak met een handbijl op veilige wijze een polsdikke tak door voor brandhout, wissel af met een andere
scout, geef de bijl op de juiste wijze over. Weet hoe je met een bijl moet lopen.
3. Zorg voor voldoende kampvuurhout, zaag hout waar nodig. Demonstreer de opbouw van een tipivuur.
Steek het kampvuur aan met maximaal drie lucifers. Doof dit vuur volledig.
4. Maak een kampvuurplaats klaar en denk hierbij aan de veiligheid, locatie, struikelgevaar en een juist
blusmiddel.
5. Toon met proefjes aan wat er gebeurt als je één van de drie elementen van de branddriehoek
wegneemt.
|
|
Uitdagende Scoutingtechnieken: houtbewerking en stoken II
Doelen
Je laat zien dat je veilig met mes, zaag en bijl om kunt gaan en dat je vaardigheden beter zijn geworden. Zo laat
je zien dat je een zaagblad kunt vervangen, een V‟tje kunt hakken of een houtsnijwerk kunt maken. Je bereidt een
groot kampvuur voor en kunt het vuur met maximaal twee lucifers aansteken.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Snijd met een mes een decoratie voor bijvoorbeeld jouw ploeghoek of als aandenken aan een
zomerkamp.
2. Hak een V‟tje met een driekwart bijl op een zelf afgezette hakplaats. Je neemt natuurlijk de
veiligheidsregels in acht tijdens het hakken.
3. Onderzoek welke dingen je uit de natuur kunt gebruiken als tondel. Maak zelf een aanmaakblokje.
4. Hak en zaag voldoende hout om een mooi pagodevuur te kunnen bouwen en steek het met maximaal
twee lucifers aan. Houd het kampvuur een avond brandend. Waterscouts kunnen er ook voor kiezen om
een drijvend kampvuur te maken.
5. Demonstreer drie verschillende soorten kampvuren en geef aan waarvoor je die gebruikt.
|
|
Uitdagende Scoutingtechnieken: kampeertechnieken en pionieren I
Doelen
Je kent de basisknopen en sjorringen van het pionierwerk en weet hoe je een touw moet opschieten. Je hebt
meegeholpen met het bouwen van een eenvoudig pionierobject en je hebt met je ploeg een tent opgezet, hierin
gekampeerd, het kampterrein ingericht en de tent weer afgebroken.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Verplicht: ken de volgende knopen voor het pionierwerk: mastworp, platte knoop, schootsteek,
kruissjorring en achtvormige sjorring. Waterscouts kunnen ook de paalsteek en een kikker aanleggen.
Laat zien dat je een touw kunt opschieten.
2. Help bij het bouwen van een eenvoudig pionierobject, bijvoorbeeld kampkeuken, tafelvuur, vlot, etc.
3. Zet met je ploeg een ploegtent op, haal hem neer en pak hem op de juiste manier weer in.
4. Help je ploeg met de inrichting van jullie kampterrein, laat zien dat je weet waar je op moet letten.
5. Kampeer twee nachten in je ploegtent met je ploeg.
|
|
Uitdagende Scoutingtechnieken: kampeertechnieken en pionieren II
Doelen
je kent steeds meer knopen en weet wanneer je welke knoop moet toepassen. Ook ken je een aantal sierknopen
en weet je hoe je een tent goed opzet en waarmee je dan rekening moet houden. Je weet waar je rekening mee
moet houden bij het indelen van een kampterrein en je hebt meerdere nachten met de troep gekampeerd.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Maak een knopenbord met de knopen uit de basisfase met daarbij de volgende knopen voor het
pionierwerk: timmersteek, paalsteek, diagonaalsjorring, eindsplits en steigersjorring. Waterscouts
kennen ook de werpankersteek en marlsteek. Voeg ook twee sierknopen toe, bijvoorbeeld apeknuistje,
oceaanmatje, bootsmansplatting of turkse knoop.
2. Maak een mini-pionierobject, bijvoorbeeld een kampkeuken of een toren. Maak dit van satéprikkers of
bamboe. Ook in het klein laat je zien dat je de sjorringen beheerst.
3. Zet een tent op zonder doek. Maak met touw een tent, gebruik wel de stokken en haringen en gebruik
touw op de plakken waar in de tent de naden lopen en waar normaal de scheerlijnen zich bevinden.
4. Help na een kamp (de leiding) de tenten uit te hangen en vertel aan de leiding wat er gebeurt als je dit
niet doet.
5. Kampeer minimaal zes nachten (bijvoorbeeld tijdens het zomerkamp) in je ploegtent en een nacht op
primitieve wijze, bijvoorbeeld onder de sterren of in een frietbuil. Waterscouts kamperen minimaal één
nacht in hun vlet bij het optuigen of slaapklaar maken van de vlet.
|
|
Uitdagende Scoutingtechnieken: tochttechnieken I
Doelen
Je kent de werking van het kompas, de belangrijkste windstreken, je kunt graden schieten en kent de eerste
routetechnieken. Je weet je positie op de kaart te bepalen tijdens een tocht en je kunt zelfs een tocht van 15 km
of meer goed volhouden.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Teken, wanneer je weet waar het noorden is, een kompasroos met de 16 windstreken en vul deze aan
met de kompasgraden van 8 windstreken.
2. Laat tijdens een dropping zien dat je weet hoe je je positie in de omgeving op de kaart kunt vinden. Dus
laat zien dat je weet waar je bent op de kaart in een vreemde omgeving.
3. Laat aan je leiding zien dat je weet hoe een kompas werkt en loop met je kompas in de richting van het
noorden. Demonstreer ook aan je leiding dat je een richting kunt schieten met het kompas. Waterscouts
houden rekening met de invloed van de vlet op het kompas en laten zien dat ze op het water een kaart
op het noorden kunnen leggen en graden kunnen schieten. Waterscouts kennen de termen bakboord en
stuurboord en weten aan welke zijde van de vaargeul groene en rode tonnen liggen.
4. Neem deel aan een hike van 15 km of meer.
5. Loop een korte hike in de eigen omgeving en demonstreer daarbij je kennis van de volgende
routetechnieken: ogenroute, bolletjesroute, strippenkaart en verschillende varianten van de
kruispuntenroute.
|
|
Uitdagende Scoutingtechnieken: tochttechnieken II
Doelen
Je hebt in de basisfase de beginselen van het hiken onder de knie gekregen, in de verdiepingsfase ga je deze
kennis uitbreiden. Je laat zien dat je moeilijkere routetechnieken beheerst dan kaartcoördinaten en GPS. Ook
loop je een meerdaagse hike, ken je meerdere kompashandgrepen en leid je de hike.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Doe mee aan een hike waarbij je een deel van de route de leiding neemt. Waterscouts nemen deel aan
een waterhike waarbij je een deel van de route roerganger bent.
2. Loop een stuk van een hike op kaartcoördinaten, laat ook zien dat je zelf coördinaten kunt bepalen op de
kaart. Waterscouts varen een route, die zij vooraf hebben uitgezet op een waterkaart. Laat zien dat je de
kaartsymbolen kent en dat je rekening houdt met het vaarregelement.
3. Bepaal met behulp van het kompas welke richting je in moet lopen. En laat met een lijn op de kaart zien
waar je heen gaat (toepassen van handgreep 3 naar handgreep 4).
4. Loop een geocache of een tocht met GPS
5. Neem deel aan een meerdaagse hike met routetechnieken zoals oleaat, kaartcoördinaten en GPS.
|
|
Veilig & Gezond I
Doelen
Je doet mee aan het aangeboden programma van de troep en weet wat daarbij belangrijk is als het gaat om
regels en afspraken, persoonlijke hygiëne en kookhygiëne. Je demonstreert hoe je een kooktoestel veilig aansluit
en je weet hoe je een gezonde maaltijd samenstelt. Je kunt kleine ongelukjes zoals een snee of een brandwond
behandelen.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Laat zien dat je kennis hebt van (persoonlijke) hygiëne (tijdens het koken) op kamp. Waterscouts laten
zien dat zij weten hoe zij hun vlet moeten schoonhouden en onderhouden.
2. Weet hoe je kleine sneetjes, brandwonden en insectenbeten en – steken moet behandelen.
3. Ken alle veiligheidseisen die komen kijken bij hiken, fietsen of varen met je ploeg.
4. Spreek in ploegverband met je leiding over regels en afspraken. Welke regels zijn er zoal en waarom
zijn ze zo belangrijk?
5. Kook zelfstandig een maaltijd die bestaat uit de volgende drie componenten: vlees (of een vervanger),
groente en aardappelen. Demonstreer aan de leiding het veilig aansluiten en in gebruik nemen van het
kooktoestel en het (veilig) aansteken van de gaspitten van het kooktoestel.
|
|
Veilig & Gezond II
Doelen
Je kent je verantwoordelijkheden als scout en laat zien dat je die verantwoordelijkheden ook neemt als het nodig
is. Je weet meer van EHBO, zoals veelvoorkomende ongevallen en de vijf basisstappen voor EHBO. Je weet
waar een gezonde maaltijd uit bestaat en kunt deze ook samenstellen.
Challenges
Voer minimaal drie van de vijf onderstaande challenges uit:
1. Ga op zoek naar informatie over roken, alcohol en drugs. Waar schrok je van en wat wist je nog niet?
Vertel dit aan je ploeg.
2. Leg uit welke stappen je moet ondernemen als een ongeluk zich voordoet (de 5 basisstappen) en
demonstreer het omleggen van een mitella, een vingerverband en een polsverband.
3. Maak jezelf bewust van de verschillende gevaren die komen kijken bij het pionieren van een object of
stoken van een kampvuur en neem de rol van bewaker op je binnen de ploeg.
4. Stel (schriftelijk) voor een weekendkamp een gebalanceerd menu op, waarbij je gebruik maakt van de
eisen van de „schijf van vijf‟. Bereid van dit menu minimaal een avondmaaltijd.
5. Weet wat de gevaren van oververhitting en onderkoeling op je lichaam zijn. Weet hoe je die gevaren bij
jezelf kunt voorkomen. Waterscouts brengen in kaart wat je moet doen bij een ongeluk op het water
(onweer, brand, boot zinkt, ongeval met een ploeglid).
|
|
|
Waterwerkdiploma's
 Zeilen Kielboot I
 Zeilen Kielboot II
 Zeilen Kielboot III / MBL ZI
 Roeien I/II
 Roeien III / MBL roeien
Scouting Nederland maakt gebruik van de opleidingen van de Stichting CWO. De eisen zijn te vinden in de
Nautisch Technische Richtlijnen (NTR) op www.scouting.nl of op de website van het CWO ( www.cwo.nl).
In de basis- en verdiepingsfase zijn de waterwerkdiploma‟s insignes en in de specialisatiefase (de MBL‟s) zijn de
waterwerkdiploma‟s kwalificaties, aangezien daar een bepaalde bevoegdheid aan vastzit. Daarnaast zijn de
MBL‟s diploma‟s die niet alleen in de scouts periode behaald worden, maar ook daarna nog.
Naast deze diploma‟s wordt er nog gewerkt aan een nieuw insigne voor het diploma buitenboordmotor I/II.
|
|
|
|