|
Andere wereld
-
Maak twee halve wereldbollen. Plak op de eerste kenmerken
van jouw wereld en op de andere die van een ander land. Plak
ze tegen elkaar.
-
Kies uit ieder werelddeel een land en zoek daar de
volkssport bij en vertel hier iets over of speel het.
-
Neem contact op met een andere groep uit je stad, land of
ander land. Wissel gegevens uit.
-
Bedenk zelf een gebarentaal en probeer hiermee te spreken.
-
Maak speelgoed voor en uit een land dat je niet kent.
|
|
Beweging
-
Vouw door middel van origami een mobiel met zelf bedachte
figuren.
-
Leer de spelregels van een teamsport en doe hieraan mee.
-
Wees scheidsrechter tijdens een buiten-teamsport.
-
Maak een voorwerp dat door middel van water in beweging
wordt gezet.
-
Wat voor voedsel heb je nodig om energie op te bouwen zodat
je kunt bewegen? Denk aan suiker, slagroom, enzovoort....
|
|
Boswachter
-
Maak aan de hand van voortekenen een weerbericht voor de
volgende dag.
-
Maak een windzak van oude lappen.
-
Leer 10 dierensporen te herkennen en maak een tocht waarin
je die dierensporen als 'richtingaangevers' gebruikt.
-
Leg een champignon op wit papier. Zet er een glas overheen
en haal het glas na een dag weg. Vertel wat je ziet.
-
Observeer een dier, maak er foto's van. Verwerk dit in een
verslag.
|
|
Communicatie
-
Maak een ganzenbordspel over een ontwikkelingsland met
vragen over land, klimaat, voedsel, vervoermiddelen en
eetgewoonten.
-
Interview iemand en schrijf daarover in het groepsblad.
-
Sein met vlaggen, licht of geluid. Maar zelf een seincode.
-
Herken de pictogrammen op pagina 82 van het Spelen,
Programma en Training Handboek Esta's en maak zelf 5
pictogrammen die je niet op de afbeeldingen hebt gezien.
-
Maak een maquette met een brug over het water, zodat je
beter met de mensen kunt communiceren.
|
|
Gastheer/Gastvrouw
-
Vermaak je gasten op je eigen verjaardagsfeest met een
spelletje.
-
Menukaart maken en menu samenstellen.
-
Treed tijdens een Scouting feestdag als gastheer/vrouw op.
Ontvangst verzorgen en het de gasten naar de zin maken.
-
Maak een leuke en originele uitnodiging voor een feestelijke
bijeenkomst.
-
Maak een collage van de eetgewoonten in China, Frankrijk,
Noord Yemen, de Verenigde Staten en IJsland.
|
|
Groene vingers
-
Laat in een kijkdoos zien wat het gevolg is van de zure
regen in de bossen.
-
Maak van hout en platic een kleine kas en kweek daar wat
kruiden in die je later kunt gebruiken bij het eten koken.
-
Kweek en laat vier planten binnen en/of buiten tot bloei
komen.
-
Veel planten werden vroeger gebruikt voor geneeskrachtige
middelen. Zoek eens vijf van zulke planten op en zoek uit
wat hun werking was.
-
Maak een kijktafel van een stukje plantenwereld uit een bos
in Nederland.
|
|
Hoogvlieger
-
Vertel aan je groep een verhaal over een raket die niet meer
wil gehoorzamen en zelf bepaalt waar hij heen gaat.
-
Breng een boodschap over met vlaggen of morse-tekens of
probeer contact te krijgen met een zend-amateur.
-
Maak een vlieger.
-
Verzamel verschillende plaatjes van vliegtuigen en zet de
namen erbij. Plak die in een boek.
-
Laat zien dat je je kunt redden tijdens een ruimtereis en
maak een diner van ruimtevoer.
|
|
Huisvriend
-
Noem een aantal dieren die je in en om het huis en tuin
tegenkomt. Geen huisdieren zoals kat en hond maar denk aan
mieren, wormen en vogels. Vertel er iets bij.
-
Hou gedurende het zomerseizoen een logboek bij van de vogels
die gebruik maken van je zelfgebouwde vogelhuisje.
-
Als dieren in de verdediging gedreven worden, gaan ze zich
op een bepaalde manier gedragen. Geef vijf voorbeelden.
-
Maak met een figuurzaag een dierenpuzzel.
-
Je eigen hond of kat moet zich ook aan de regels houden.
Vertel iets over de opvoeding van je eigen huisdier.
|
|
Jaargetijden
-
Maak een natuurkalender.
-
Maak een herbarium met 10 bladeren en bloemen uit een
jaargetijde.
-
Maak een zonnewijzer. Demonstreer deze aan je mede Welpen.
-
Zoek in de natuur naar voorwerpen die gezond zijn. Kun je
deze voorwerpen altijd vinden? Noem van andere jaargetijden
ook enkele gezonde natuurprodukten.
-
Zaai een bloempot of bak, zaadjes in de vorm van een letter.
Laat het zaad opkomen.
|
|
Jungle
-
Compost op krant uitspreiden en bekijken welke insecten er
zich in bevinden. Beschrijf dit ook met behulp van
afbeeldingen.
-
Maak een jungle na in een doorzichtige fles.
-
Speel samen met andere Esta's een tocht in de jungle.
Hierbij moet je een denkbeeldige rivier oversteken, over een
ravijn zien te komen en kunnen schuilen in bomen voor de
wilde dieren.
-
In de jungle moet je weten wat je wel en wat je niet kunt
eten. Maak ijslollies van vlierbessen.
-
Maak een hut volgens een van tevoren gemaakte werktekening.
|
|
Kanoën
-
Laat zien dat je alleen kunt in- en uitstappen, wanneer de
kano aan een steiger of goede wallenkant ligt.
-
Laat zien dat je de kano in en uit het water kunt halen op
een manier die veilig is en die geen schade aan de kano
toebrengt. Wanneer het om een kano voor meer personen gaat,
mag iemand je helpen.
-
Laat zien dat je een stuk recht vooruit kunt peddelen. Kun
je op dat stuk ook zacht en hard varen? Laat ook zien dat je
een slalom kunt kanoën.
-
Op het water heb je ook voorrangsregels. Maak een
stripverhaal of een poster waarin je de belangrijkste regels
uitlegt en laat zien.
- SB - BB regel
- aan stuurboordwal varen
- goed zeemanschap tonen
- klein wijkt voor groot.
-
Weet wat je moet doen als je omslaat.
|
|
Kokkerellen
-
Stel zelf een originele pannekoek samen (denk aan ananas,
tomaat, kaas, ui, spek, appel, ham).
-
Ken de maaltijdschijf. Stel een gezond menu samen.
-
Zelf popcorn maken.
-
Stel een koude rijst- of macaroni-salade samen.
-
Knutsel 'fast-food' verpakkingen (bijvoorbeeld voor de
popcorn).
|
|
Kunstenaar
-
Maak een gedicht of limerick over een figuur uit Junglebook.
-
Boetseer een beeldje van klei van Mowgli.
-
Bemachtig wat ruwe wol en weef een kunstwerk. Gebruik ook
andere textiele materialen.
-
Ontwerp een voorwerp waaraan een kok in z'n werk veel heeft
(gebruiksvoorwerp).
-
Maak een schilderij over hoe jij denkt dat het eraan toegaat
in de jungle.
|
|
Muzikant
-
Speel op een muziekinstrument.
-
Maak de aankleding voor een muzikant. Je moet zelf de
kleding maken en voor het opmaken van de muzikant zorgen.
-
Leer je mede Welpen een nieuw lied aan tijdens een kampvuur of
andere feestelijke gelegenheid.
-
Voer een play-back optreden uit van je favoriete artiest.
Zingen en bewegen.
-
Ken het notenschrift.
|
|
Primitief eten
-
Maak zelf yoghurt.
-
Wat te doen bij:
-
vlam in de pan
-
jezelf (of een ander) branden aan kokend hete vloeistof
of vuur
-
brand
-
Maak een gevulde paprika of gevulde tomaat.
-
Waar komen kiwi's, bananen, ananas en dergelijke vandaan.
Maak een lijst van minstens vijftien vruchten die niet in
Nederland groeien.
-
Maak een pomander.
|
|
Reiziger
-
Neem een andere plaats dan je woonplaats en maak daar een
toeristische tocht voor.
-
Maak een lijst van spullen die je mee moet nemen als je op
vakantie gaat en laat een lijst met gegevens achter voor
personen die niet meegaan op vakantie.
-
Maak een verslag van een zomerkamp of een vakantiereisje met
je ouders.
-
Vergelijk de tijden in een ander land en breng dit in kaart.
Gebruik tenminste 10 verschillende landen en ga uit van
12.00 uur.
-
Maak een portemonnee waarvan je bijna zeker bent, dat daar
geen geld uit gestolen kan worden.
|
|
Roeien
-
Voordat je gaat roeien, moet je eerst een aantal dingen doen.
Laat zien hoe je een roeiboot roeiklaar moet maken. Ook moet
je het dagelijkse onderhoud (schoonmaken / spullen goed
opruimen) van een roeiboot kunnen laten zien.
-
De volgende roeicommando's kennen en uitleggen wat je moet
doen:
- dollen.......in
- riemen......toe
- beide boorden
- haalt op.....gelijk
- strijkt.....gelijk
- stopt......af.
-
De roeicommando's kunnen uitleggen is nog wat anders dan ze
ook geven! Je weet nooit wat de boot precies gaat doen bij
een bepaald commando. Dit heeft te maken met de stroming; je
roeiers; de boot en de wind. Laat zien dat je als roerganger
de commando's kunt geven om een parcour te roeien (bv.
slalom / achtje varen).
-
Roeien is een echte teamsport. Je moet goed op elkaar letten.
Ook moet je naar de roerganger luisteren. Laat zien dat je
de commando's kunt opvolgen en in een team kunt roeien.
-
Ook op het water zijn er verkeersregels. De hieronderstaande
moet je kennen. Laat zien dat je ze kent door het
verkeersspel te spelen.
- goed zeemansschap
- aan stuurboordwal varen
- klein wijkt voor groot / beroepsvaart
- SB voor BB.
|
|
Scouting
-
Ken de paalsteek en schootsteek.
-
Maak met behulp van aangeleerde knopen een ruimtelijk
voorwerp van saté-stokjes
-
Teken op papier een eenvoudig kompas met acht windstreken.
-
Laat door middel van een spandoek zien dat Scouting zich
zorgen maakt over het milieu.
-
Breng een mondeling bericht over van 25 woorden of vertel
iets over Scouting Nederland (denk aan de geschiedenis,
andere takken).
|
|
Stap op
-
Laat aan anderen zien op welke wijze je naar je favoriete
speelplek kunt gaan (denk aan veiligheid en wat er mis kan
gaan).
-
Maak een quiz voor je mede Welpen met vragen over verkeer.
-
Maak met een camera een reportage over veilige en onveilige
plaatsen bij jou in de buurt. Doe dit tijdens de spits en op
een rustig moment.
-
Waaraan kun je zien wie voorrang heeft en/of moet geven.
Maak modellen van voorrangsborden.
-
In het verkeer gebeuren veel ongelukken. Wat moet je doen
als iemand na een ongeluk blijft liggen (hoe moet je politie
en dokter waarschuwen).
|
|
Strip
-
De leiding vertelt een verhaal. Maak hiervan een
stripverhaal. pantomime of toneelstuk.
-
Maak een spandoek waarop je automobilisten laat zien dat ze
te hard rijden.
-
Neem samen met een andere Welp de tijd met een stopwatch op
die een auto over die 100 meter doet. Met welke snelheid
gaat een brommer over de streep? In welke tijd kun jij die
afstand lopen? Maak van de resultaten een poster.
-
Bedenk zoveel mogelijk vervoersmiddelen. Geef daarvan de
voor- en nadelen en maak hiervan een kwartetspel.
-
Laat op creatieve wijze zien waarom een uur fietsen gezonder
is dan een uur autorijden.
|
|
Toneel
-
Voer met je nest een toneelstuk op, waarbij je zelf de
regisseur bent.
-
Maak zelf poppenkastpoppen.
-
Wees 'showmaster' op een Bonte Avond (bijvoorbeeld tijdens
een kampvuur).
-
Grimeer jezelf of een andere als een mens of dier uit een
andere wereld. Denk hierbij aan het Land van de Toekomst.
-
Maak lekkere hapjes klaar voor een feestelijke opkomst en
serveer ze.
|
|
Water
-
Maak een tekening van een watermolen en vertel er iets over.
-
Maak een eenvoudige maar lekkere maaltijdsoep.
-
Maak een model vaartuig (zeilboot, vlot).
-
Schrijf een spannend verhaal over een vesting, de stad en
manier van verdedigen.
-
Ook in Nederland moeten we zuinig zijn met drinkwater. Geef
in een verslag aan hoe je kunt bezuinigen op het
watergebruik.
|
|
Waterrat
-
Waar kun je zwemmen? Waarop moet je letten: grindgaten,
zwembaden, zee, rivieren.
-
E.H.B.O. op water:
Weten wat je moet doen bij:
-
een snijwond
-
een schaafwond
-
kneuzingen
-
Speel een balspel in het water (waterpolo, estafette). Hier
kun je natuurlijk allerlei zwemtechnieken voor gebruiken (watertrappelen
bijvoorbeeld).
-
Verplaats je over het water door middel van een vlot of
roeiboot of een ander drijvend voorwerp. Deze opdracht mag
je alleen in het bijzijn van volwassenen uitvoeren en je
moet zwemdiploma A behaald hebben.
-
Toon aan dat je zwemdiploma A behaald hebt.
|
|
Winkelen
-
Maak een poster voor een reclame van een winkel.
-
Zoek plaatjes in tijdschriften van voedingsmiddelen (10
stuks). Het moet gezonde voeding zijn.
-
Houd een verkooppraatje om een artikel aan de man te brengen.
Denk een aan een marktkoopman.
-
Doe voor iemand uit jouw buurt boodschappen.
|
|
Wonen
-
Maak van zelf te kiezen materiaal een alarmsysteem, zodat je
hoort wanneer mensen je huis, kamer of lokaal naderen.
-
Wat voor soorten huisafval zijn er? Maak hier een stilleven
van.
-
Maak voor een makelaarskantoor een folder van je eigen huis.
-
Teken met krijt op straat een huis met diverse verdiepingen
en kamers en doe een hinkelspel.
-
Ontwerp een huis waar iedereen in kan wonen. Rijk, arm,
gezond of invalide. Maak hiervan met kosteloos materiaal een
model.
|
|
Zeilen
-
Voordat je gaat zeilen, moet je eerst de boot zeilklaar
kunnen maken en klaar maken voor de nacht. Hiervoor moet je
in ieder geval de volgende vaardigheden tonen:
- kikker beleggen
- achtknoop / mastworp leggen
- zeilen hijsen
- zeilen strijken
-
Vertel de leiding minimaal de namen van 20 onderdelen van
schip en tuig.
-
Leg aan een nieuw bemanningslid (of leiding) uit, wat
onderstaande uitwijkbepalingen betekenen:
- SB, BB-regel
- aan stuurboordwal varen
- goed zeemanschap tonen
- duidelijk zijn voor anderen op het water
-
Laat zien dat je de volgende manouvres kunt uitvoeren:
- afvaren van hogerwal en langswal
- overstag gaan
- aankomen aan hogerwal en langswal en vertel wat het
verschil is tussen een gijp en overstag gaan. Wat moet je
trouwens doen als er een gijp komt?
-
Verzamel plaatjes van 10 verschillende zeilboten en plak ze
op een poster of in een boekje. Schrijf bij ieder plaatje de
naam van het type boot en wat er bijzonder is aan die boot.
Maak er maar iets moois van.
N.B.: de eisen 1 en 4 zijn onderdeel van het CWO-diploma
Jeugdzeilen éénmans / tweemans I en II. Tevens zijn deze eisen onderdeel van het CWO-diploma
Kielboot I.
|